Officieel genoemd een scheerbekken, in de volksmond een barbierschotel. De naam ontstond omstreeks de 14e eeuw, met het nieuw ontstane beroep van "baardemaker". Een vakman die "baarden" (bijlen) als voorbeeld: de Hellebaard vervaardigde, maar ook het maken van messen voor het leger en tevens voor de chirurgijn.
De naam baardemaker werd later de naam "barbier". Hij knipte en schoor je haren, maar was ook de kiezentrekker, af en toe deed hij ook nog wel eens aan aderlaten ( het openen van een slagader, waarbij het zogenaamde "" vergif" in je bloed kon wegstromen in een kommetje, want was je ziek, dan zat er vast een soort van vergif in je bloed).Het scheerbekken alias barbierschotel had een specifieke vorm, vaak ovaal met een hap er uit, maar er zijn ook voorbeelden van grote ronde tinnen borden met een hap er uit.
De barbierschotel kent vele uitvoeringen, vanaf de 17e eeuw, verschenen ze niet alleen in tin maar ook in hout en koper maar ook als Japanse Imari porseleinen of als delfs blauwe uitvoeringen.Vaak hadden de metalen uitvoeringen een ophangring aan de schotel, en hing deze schotel aan het zadel van het paard of ezel, zodat als de barbier een dorpje binnen reed, men hem direct kon herkennen. Voor degene met een rotte kies was dat natuurlijk een zegen.
Was men klant of patient dan hield men zelf de schotel tegen zijn keel, zodat de zeep van het scheren, of het bloed als er een kies werd getrokken in de kom kon lopen, zonder dat zijn kleding bevuild raakte. Pas in de 18e eeuw kwam er pas een scheiding in het beroep, waarbij er 2 vakbekwaamdheden ontstonden. Een proef voor baardemaker en een proef voor chirurgijn.
Pas in de 19e eeuw ontstonden er pas produkten om zelf je baard te kunnen onderhouden, en kwam het ambacht van barbier op de achergrond. Van het einde van de 20e en nu het begin van de 21e eeuw, zie je nu weer diverse electrische apparaten om weer zelf je baard te kunnen bijhouden/trimmen.